Spring naar inhoud

Verantwoording van de financiën

3.1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief

In deze paragraaf een vooruitzicht naar de komende jaren. Hierbij wordt uitgegaan van de informatie uit de meerjarenbegroting 2025 – 2029 welke op 4 december 2024 is vastgesteld. Op als basis van de verwachte ontwikkeling van het leerlingaantal wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de personeelsformatie, de exploitatie en de vermogenspositie.

Leerlingaantal

Op 1 februari 2024 telde VCOG 3.179 leerlingen. Sommige scholen hebben een lichte tot aanzienlijke terugloop van leerlingen terwijl andere scholen groeien. De prognose van de ontwikkeling van het leerlingaantal ziet er als volgt uit:

Ontwikkeling leerlingaantal

   1-feb-24  1-feb-25  1-feb-26  1-feb-27  1-feb-28
           
Aantal leerlingen 3.179 3.055 3.165 3.177 3.187

Het blijft de komende jaren een uitdaging voor scholen om het leerlingaantal op hetzelfde niveau te houden. In sommige wijken van de stad is sprake van weinig doorstroming en weinig nieuwbouw, waardoor de toestroom van leerlingen opdroogt. In andere wijken is de hoop nu gevestigd op nieuwe, vervangende huisvesting, welke in de komende jaren zal worden gerealiseerd.

Fte personeelsformatie - meerjaren begroting

In de meerjarenbegroting is de ontwikkeling van de personeelsformatie als volgt:

Aantal in FTE

aantal in fte 2025 2026 2027 2028 2029
           
Directie 17 17 17 17 17
Onderwijzend personeel 200 188 184 181 179
Ondersteunend personeel 50 45 44 44 44
  267 250 245 242 240

In 2025 is er sprake van extra formatie, welke op basis van de subsidie basisvaardigheden is aangesteld. Vanaf 2025 is de begrote formatie nog exclusief deze inzet.

3.2 Staat van baten en lasten en balans

Hierna volgt een overzicht van de exploitatie over 2024 en de begroting van de komende jaren:

Staat van baten en lasten

  realisatie begroting verschil begroting begroting begroting
  2024 2024   2025 2026 2027
             
Baten            
Rijksbijdrage OCW 25.152.000 24.647.000 505.000 24.636.000 23.713.000 24.603.000
Overige inkomsten OCW 3.404.000 2.566.000 838.000 3.069.000 2.687.000 2.424.000
Gemeentelijke bijdragen 2.267.000 1.107.000 1.160.000 992.000 975.000 934.000
Overige inkomsten 1.734.000 504.000 1.230.000 1.302.000 1.253.000 1.241.000
  32.557.000 28.824.000 3.733.000 29.999.000 28.628.000 29.202.000
Lasten            
Personeelslasten 26.260.000 23.783.000 2.477.000 24.696.000 23.769.000 23.635.000
Afschrijvingen 714.000 769.000 -55.000 560.000 600.000 633.000
Huisvestingslasten 2.596.000 1.924.000 672.000 2.183.000 2.183.000 2.183.000
Overige lasten 3.486.000 2.033.000 1.453.000 2.335.000 2.029.000 1.854.000
  33.056.000 28.509.000 4.547.000 29.774.000 28.581.000 28.305.000
             
Resultaat -499.000 315.000 -814.000 225.000 47.000 897.000
             

In 2024 waren de inkomsten en de uitgaven ruim hoger dan begroot. Door een loonstijging in het primair onderwijs zijn de personeelslasten gestegen en is de rijksbijdrage geïndexeerd. Verder is er meer bijzondere bekostiging ontvangen voor onderwijs aan kinderen van vreemdelingen, met name door de toestroom van kinderen uit Oekraïne.

Bij de uitgaven is extra inzet van personeel gerealiseerd onder meer door een aanzienlijk verzuim. Verder waren de huisvestingslasten hoger dan begroot door een extra dotatie aan de voorziening cyclisch onderhoud, op basis van het actualiseren van de meerjaren onderhoudsplannen. De algemene lasten zijn ook ruime hoger, mede door uitgaven voor naschoolse activiteiten een het verstrekken van maaltijden op scholen. In de meerjarenbegroting is de exploitatie kostendekkend ervan uitgaande dat de personele inzet in 2025 wordt genormaliseerd. Om rekening te houden met de krapte op de arbeidsmarkt én op grond van de nogal wispelturige ontwikkeling van de inkomsten in de afgelopen jaren, is het raadzaam om zuinig te zijn op onze leerkrachten.

In de meerjarenraming zijn de rijksbijdrage en de personeelslasten gekoppeld aan de verwachte ontwikkeling van het leerlingaantal. Bij de ontwikkeling van afschrijvingslasten is uitgegaan van het effect van het investeringsprogramma van de scholen. Bij de huisvestingslasten en overige lasten wordt uitgegaan van een normalisering van uitgaven. Ook is de verwachting dat, wanneer vervangende nieuwbouw in gebruik wordt genomen, de omvang van huisvestingslasten zal afnemen. In het vierde kwartaal van het jaar wordt de meerjarenbegroting opnieuw geactualiseerd.

Met goede mogelijkheden tot sturing en het in control blijven van de organisatie wordt een bestendige exploitatie ontwikkeling voorzien. De komende jaren behoudt het streven naar een sluitende exploitatie prioriteit. Op basis van de verwachte meerjarenbegroting geldt de volgende ontwikkeling van de balanspositie:

Ontwikkeling balans:

  2024 2025 2026 2027 2028  
Activa            
Vaste activa            
- materiële vaste activa 2.861.000 3.310.000 4.240.000 4.018.000 3.687.000  
Vlottende activa            
- vorderingen 1.214.000 1.000.000 1.250.000 1.500.000 1.750.000  
- liquide middelen 5.368.000 4.550.000 2.617.000 3.286.000 4.317.000  
  9.443.000 8.860.000 8.107.000 8.804.000 9.754.000  
Passiva            
Eigen vermogen 1.835.000 2.060.000 2.107.000 3.004.000 3.954.000  
Voorzieningen 3.627.000 3.300.000 3.000.000 2.800.000 2.800.000  
Kortlopende schulden 3.981.000 3.500.000 3.000.000 3.000.000 3.000.000  
  9.443.000 8.860.000 8.107.000 8.804.000 9.754.000  
             

Met de nieuwe bekostigingsmethodiek vanaf 2023, waarbij de gehele bekostiging op kalenderjaar wordt verstrekt in plaats van schooljaar, is er per einde jaar alleen een vordering op het ministerie van OCW betreffende de bijzondere bekostiging voor nieuwkomers onderwijs in het vierde kwartaal. De jaarlijkse toezegging van 250K door de Stichting Zonnelaan wordt niet op voorhand uitgekeerd en is als vordering opgenomen.
Voor een vergelijk van de balans met het voorgaande jaar wordt verwezen naar de jaarrekening.

Er wordt continu geïnvesteerd in goed ingerichte scholen en voldoende onderwijsmiddelen. Er worden daarbij relatief korte afschrijvingstermijnen gehanteerd, waardoor men liquide middelen reserveert voor komende vervangingsinvesteringen. Elke school onderhoud een investeringsplan voor de komende vijf jaren, met betrekking tot de aanschaf van onderwijsmethoden, ICT-middelen, inventaris en pleininrichting. Voor een gedetailleerd activaoverzicht wordt verwezen naar de jaarrekening.

3.3 Financiële positie

Op basis van de staat van baten en lasten en de balanspositie per einde jaar, geldt voor VCOG het volgende overzicht van kengetallen:

Kengetallen

  2024 2025 2026 2027 signalering
          inspectie bij
           
Solvabiliteit 58% 60% 63% 66% < 30%
eigen vermogen + voorzieningen / balanstotaal          
Weerstandsvermogen 7,3% 8,4% 8,9% 12,2% -
eigen vermogen / rijksbijdrage OCW          
Rentabiliteit -1,5% 0,8% 0,2% 3,1% -
resultaat / totale baten          
Liquiditeit 1,7 1,6 1,3 1,6 < 0,5
vlottende activa / kortlopende schulden          
Ratio eigen vermogen 0,4 0,5 0,4 0,6 > 1,0
eigen vermogen / genormeerd eigen vermogen          
           

De ratio’s blijven op orde waardoor geen signalering door de inspectie valt te verwachten. VCOG wil zich als onderwijsorganisatie en als attractieve werkgever blijven onderscheiden.