Spring naar inhoud

Verantwoording van de financiën

3.1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief

In deze paragraaf een vooruitzicht naar de komende jaren. Hierbij wordt uitgegaan van de informatie uit de meerjarenbegroting 2026 – 2029 welke op 26 november 2025 is vastgesteld. Op als basis van de verwachte ontwikkeling van het leerlingaantal wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de personeelsformatie, de exploitatie en de vermogenspositie.

Leerlingaantal

Op 1 februari 2025 telde VCOG 3.055 leerlingen. Sommige scholen hebben een lichte terugloop van leerlingen terwijl andere scholen groeien. De prognose van de ontwikkeling van het leerlingaantal ziet er als volgt uit:

Ontwikkeling leerlingaantal

  1/feb/25 1/feb/26 1/feb/27 1/feb/28 1/feb/29
           
Aantal leerlingen 3.055 3.094 3.159 3.185 3.232

Het blijft de komende jaren een uitdaging voor scholen om het leerlingaantal op hetzelfde niveau te houden. In sommige wijken van de stad is sprake van weinig doorstroming en weinig nieuwbouw, waardoor de toestroom van leerlingen opdroogt. In andere wijken is de hoop nu gevestigd op nieuwe, vervangende huisvesting, welke in de komende jaren zal worden gerealiseerd.

Fte personeelsformatie - meerjaren begroting

In de meerjarenbegroting is de ontwikkeling van de personeelsformatie als volgt:

aantal in fte 2026 2027 2028 2029 2030
           
Directie 18 17 17 17 17
Onderwijzend personeel 197 184 182 182 180
Ondersteunend personeel 52 49 48 47 47
  267 250 247 246 244

In 2026 is er sprake van extra formatie, welke op basis van de subsidie basisvaardigheden is aangesteld. Deze inzet loopt in 2027 af.

3.2 Staat van baten en lasten en balans

Hierna volgt een overzicht van de exploitatie over 2025 en de begroting van de komende jaren:

Staat van baten en lasten

  realisatie 2025 begroting 2025 verschil begroting 2026 begroting 2027 begroting 2028
Baten            
Rijksbijdrage OCW 29.590.000 27.705.000 1.885.000 29.063.000 29.810.000 30.436.000
Gemeentelijke subsidies 2.415.000 1.009.000 1.406.000 2.412.000 2.281.000 2.281.000
Overige baten 1.867.000 1.185.000 682.000 1.351.000 1.313.000 1.313.000
Totaal baten 33.872.000 29.899.000 3.973.000 32.826.000 33.404.000 34.030.000
Lasten            
Personeelslasten 26.878.000 24.696.000 2.182.000 26.529.000 26.562.000 26.812.000
Afschrijvingen 578.000 560.000 18.000 541.000 582.000 615.000
Huisvestingslasten 1.897.000 2.183.000 -286.000 2.237.000 2.208.000 2.208.000
Overige lasten 3.776.000 2.335.000 1.441.000 3.825.000 3.825.000 3.825.000
Totaal lasten 33.129.000 29.774.000 3.355.000 33.132.000 33.177.000 33.460.000
             
Saldo baten en lasten 743.000 125.000 618.000 -306.000 227.000 570.000
             
Financiële baten en lasten 276.000 100.000 176.000 25.000 25.000 25.000
             
Totaal resultaat 1.019.000 225.000 794.000 -281.000 252.000 595.000

In 2025 waren zowel de inkomsten en de uitgaven ruim hoger dan begroot. Een vergelijk van de exploitatie over 2025 met de begroting 2025 wordt bemoeilijkt doordat de gemeentelijke subsidie voor naschoolse activiteiten en de daarbij behorende personeelslasten en materiële lasten, niet waren opgenomen in de begroting van de reguliere exploitatie. Vanaf 2026 is dat wel het geval en wordt een vergelijk makkelijker.

De rijksbijdrage bevat meer bijzondere bekostiging voor onderwijs aan kinderen van vreemdelingen, met name door de toestroom van kinderen uit Oekraïne. De overige baten bevatten een groeiende omvang van bijdragen van het Jeugdeducatiefonds.
In maart 2026 kwam de uitspraak van de Raad van State dat de vordering van schoolbesturen op het ministerie van OCW, inzake de omvang van de rijksbijdrage van 2022, is toegewezen. Op basis hiervan is de verwachte nabetaling, een bedrag van € 1.254.000,- (inclusief rente), als bate opgenomen in de jaarrekening van 2025.
De personeelslasten waren hoger door een hogere personele inzet, mede vanwege een aanzienlijk ziekteverzuim. De huisvestingslasten waren lager dan begroot door een vrijval in de onderhoudsvoorziening, na een actualisatie van de meerjaren onderhoudsplannen.

In de meerjarenbegroting is de exploitatie vanaf 2027 kostendekkend ervan uitgaande dat de personele inzet wordt genormaliseerd. Om rekening te houden met de krapte op de arbeidsmarkt én op grond van de nogal wispelturige ontwikkeling van de inkomsten in de afgelopen jaren, is het raadzaam om zuinig te zijn op onze leerkrachten.

In de meerjarenraming zijn de rijksbijdrage en de personeelslasten gekoppeld aan de verwachte ontwikkeling van het leerlingaantal. Bij de ontwikkeling van afschrijvingslasten is uitgegaan van het effect van het investeringsprogramma van de scholen. Bij de huisvestingslasten en overige lasten wordt uitgegaan van een normalisering van uitgaven. Ook is de verwachting dat, wanneer vervangende nieuwbouw in gebruik wordt genomen, de omvang van huisvestingslasten zal afnemen. In het vierde kwartaal van het jaar wordt de meerjarenbegroting opnieuw geactualiseerd.

Met goede mogelijkheden tot sturing en het in control blijven van de organisatie wordt een bestendige exploitatie ontwikkeling voorzien. De komende jaren behoudt het streven naar een sluitende exploitatie prioriteit. Op basis van de verwachte meerjarenbegroting geldt de volgende ontwikkeling van de balanspositie:

Ontwikkeling balans:

  2025 2026 2027 2028 2029  
Activa            
Vaste activa            
- materiële vaste activa 2.802.000 3.104.000 3.604.000 3.333.000 2.976.000  
Vlottende activa            
- vorderingen 2.593.000 1.600.000 1.850.000 2.100.000 2.100.000  
- liquide middelen 5.335.000 4.869.000 4.171.000 4.487.000 5.493.000  
  10.730.000 9.573.000 9.625.000 9.920.000 10.569.000  
Passiva            
Eigen vermogen 2.854.000 2.573.000 2.825.000 3.420.000 4.069.000  
Voorzieningen 3.328.000 3.000.000 2.800.000 2.500.000 2.500.000  
Kortlopende schulden 4.548.000 4.000.000 4.000.000 4.000.000 4.000.000  
  10.730.000 9.573.000 9.625.000 9.920.000 10.569.000  
             

Met de nieuwe bekostigingsmethodiek vanaf 2023, waarbij de gehele bekostiging op kalenderjaar wordt verstrekt in plaats van schooljaar, is er per einde jaar alleen een vordering op het ministerie van OCW betreffende de bijzondere bekostiging voor nieuwkomers onderwijs in het vierde kwartaal. De jaarlijkse toezegging van 250K door de Stichting Zonnelaan wordt niet op voorhand uitgekeerd en is als vordering opgenomen.
Voor een vergelijk van de balans met het voorgaande jaar wordt verwezen naar de jaarrekening.

Er wordt continu geïnvesteerd in goed ingerichte scholen en voldoende onderwijsmiddelen. Er worden daarbij relatief korte afschrijvingstermijnen gehanteerd, waardoor men liquide middelen reserveert voor komende vervangingsinvesteringen. Elke school onderhoud een investeringsplan voor de komende vijf jaren, met betrekking tot de aanschaf van onderwijsmethoden, ICT-middelen, inventaris en pleininrichting. Voor een gedetailleerd activaoverzicht wordt verwezen naar de jaarrekening.

3.3 Financiële positie

Op basis van de staat van baten en lasten en de balanspositie per einde jaar, geldt voor VCOG het volgende overzicht van kengetallen:

Kengetallen

  2025 2026 2027 2028 signalering
          inspectie bij
           
Solvabiliteit 58% 58% 58% 60% < 30%
eigen vermogen + voorzieningen / balanstotaal          
Weerstandsvermogen 9,6% 8,9% 9,5% 11,2% -
eigen vermogen / rijksbijdrage OCW          
Rentabiliteit 2,2% -0,9% 0,7% 1,7% -
resultaat / totale baten          
Liquiditeit 1,7 1,6 1,5 1,6 < 0,5
vlottende activa / kortlopende schulden          
Ratio eigen vermogen 0,7 0,6 0,4 0,7 > 1,0
eigen vermogen / genormeerd eigen vermogen          
           

De ratio’s blijven op orde waardoor geen signalering door de inspectie valt te verwachten. VCOG wil zich als onderwijsorganisatie en als attractieve werkgever blijven onderscheiden.