
2.1 Onderwijs en kwaliteit
Onderwijskwaliteit en kwaliteitsmanagement
In het voorjaar van 2025 is het nieuwe kwaliteitshandboek van de VCOG vastgesteld. Het handboek start met de visie van de stichting op kwaliteitsmanagement.
De VCOG heeft bewust gekozen voor de term kwaliteitsmanagement in plaats van kwaliteitszorg. Vanuit deze visie gaat de stichting de komende jaren verder op de ingeslagen weg wat betreft het proactief, planmatig en doelgericht werken aan kwaliteitsverbetering.
In het kwaliteitshandboek is ook de wijze beschreven waarop kwaliteitsmanagement op stichtingsniveau is georganiseerd. Naast de informele bezoeken en gesprekken van zowel het bestuur als adviseurs van de afdeling O&K, staat er twee keer per jaar een formeel moment gepland om het zicht op de kwaliteit van de school diepgaander te verkennen. In het najaar van 2025 vond er een integrale dialoog plaats tussen de school, de stafafdelingen en het bestuur. Vraagstukken die meerdere terreinen raken kwamen in dit gesprek aan de orde.
De directeur bereidde het gesprek vooraan de hand van het kwaliteitsdocument. In dit document zijn naast de gespreksonderwerpen de relevante data vanuit de school opgenomen.
Het tweede formele moment betreft het schoolbezoek in het voorjaar van 2026. Het bestuur en de adviseur O&K bezoeken de school een hele dag. Er vinden groepsbezoeken plaats, gesprekken met medewerkers, zoals de brugfunctionaris en specialisten. Daarnaast wordt er gekeken naar de onderwijsopbrengsten. Het bezoek wordt afgesloten met een gesprek tussen het bestuur en het schoolteam. Deze dag wordt voorbereid door de afdeling O&K, het kwaliteitsdocument wordt ook voor dit bezoek als leidraad gebruikt. In een gezamenlijke omgeving waar directeuren, staf en bestuur toegang toe hebben wordt het kwaliteitsdocument geplaatst, samen met andere relevante informatie vanuit de school, zoals jaarplannen, NCO-rapportages en resultaatanalyses.
In het voorjaar van 2026 wordt bovenstaande werkwijze rond het kwaliteitsmanagement geëvalueerd. De centrale vraag daarbij is of deze werkwijze een substantiële bijdrage levert aan het zicht op de kwaliteit van de scholen. Daarbij wordt ook een besluit genomen of de interne of externe ontwikkelingsaudit een aanvullend instrument voor de VCOG kan zijn.
De schooldirecties van de VCOG-scholen zijn op de hoogte van het nieuwe curriculum. In 2025 is er nog geen sprake van stichtingsbrede sturing op de implementatie van de nieuwe kerndoelen. In kalenderjaar 2026 sluiten directeuren en de manager O&K aan bij de leernetwerken die vanuit OCW worden ingericht rond het nieuwe curriculum. Daarnaast wordt er op stichtingsniveau een werkgroep ingericht, die het proces van implementatie gaat begeleiden.
Een ander onderdeel van het kwaliteitsmanagement in 2025 betrof de facilitering van de opleiding tot kwaliteitscoördinator binnen de VCOG. De kwaliteitscoördinator richt de aandacht niet enkel op het organiseren van de zorg en extra ondersteuning binnen de school, de van oorsprong IB-taken, maar ook vanuit nieuwe rollen op een meer nadrukkelijke wijze op de verbetering van de onderwijskwaliteit binnen de school. Op vrijwel alle VCOG-scholen zijn functionarissen werkzaam die de opleiding tot KC-er volgen of hebben afgerond. De verwachting is dat de verschuiving van IB-er naar kwaliteitscoördinator een verbetering van het zicht op de ontwikkeling en de kwaliteit van het onderwijs met zich mee gaat brengen.
Doelen en resultaten
Inclusief onderwijs
In de tweede helft van 2025 is er veel aandacht geweest voor het thema inclusief onderwijs.
De VCOG heeft haar stichtingsbrede visie op inclusief onderwijs vastgesteld. Belangrijk hierbij is dat we spreken van een beweging richting inclusiever onderwijs in plaats van de door OCW gehanteerde term inclusief onderwijs. We trekken hierin wat betreft visie gelijk op met het samenwerkingsverband 20.01 waar de VCOG onder valt.
Het stellen van gezamenlijke pedagogische kaders, het normaliseren van gedrag en de reflectie op het eigen pedagogisch handelen vormen belangrijke pijlers in de vastgestelde visie op het toewerken naar meer inclusie. Daarnaast zijn het erkennen van verschillen tussen scholen en de overtuiging dat ieder kind, zo thuis nabij mogelijk naar school zou moeten kunnen gaan onderdeel van onze visie. Tot slot heeft de VCOG de overtuiging dat voor een geringe doelgroep speciaal onderwijs of een speciale voorziening noodzakelijk blijft voor het bieden van optimale ontwikkelingskansen.
Het komende jaar zal de visie richting inclusiever onderwijs op schoolniveau verder worden uitgewerkt en wordt er in het nieuwe strategisch plan aandacht besteed aan deze stichtingsbrede ambitie. De VCOG neemt de tijd, om in gezamenlijkheid en verscheidenheid de pijlers van OCW (2023; Contouren werkagenda, Route naar inclusief onderwijs 2035) stap voor stap verder te realiseren.
In het kalenderjaar 2025 hebben alle VCOG-scholen een populatiebeschrijving opgesteld volgens een door O&K opgesteld format. Een goede populatiebeschrijving draagt bij aan een onderwijsaanbod, dat goed is afgestemd op de ontwikkelingsbehoefte van leerlingen en doet daarmee recht aan de verschillen tussen scholen en individuele leerlingen. Het is de bedoeling dat de scholen iedere twee jaar de populatie beschrijving herzien waar nodig.
Burgerschap en identiteit
Ook is er in 2025 op iedere school een beleidsplan Burgerschap uitgewerkt. Bij dit beleidsplan hoort een activiteitenkalender. De inspectie heeft aangegeven dat de VCOG vooroploopt met de wijze waarop deze plannen zijn gerealiseerd in vergelijking met andere besturen/scholen. De vertaalslag naar de uitvoering in de vorm van lessen en andere activiteiten is het afgelopen jaar verder in gang gezet. Er wordt zichtbaar gewerkt aan burgerschapscompetenties, zoals de kennis over en het oefenen met democratische waarden. Op vrijwel iedere school is een leerling raad ingericht. Het pedagogisch klimaat in de school is hierbij van belang. Ook valt het vak burgerschap op meerdere terreinen samen met de levensbeschouwelijke identiteit van de VCOG scholen. Het bewustzijn van het belang van burgerschapsonderwijs is gegroeid.
In september 2025 heeft de inspectie aangekondigd op termijn scholen te bevragen op de wijze waarop zij de toetsing van de burgerschapsdoelen gaat vormgegeven. In 2026 gaat de VCOG hiermee aan de slag, samen met samen met het Expertisepunt Burgerschap. De afdeling O&K heeft hiervoor een subsidie aangevraagd.
Basisvaardigheden
Voor het tweede achtereenvolgend jaar heeft de VCOG ook in 2025 binnen de basisvaardigheden extra aandacht besteed aan het vakgebied rekenen. Er is op alle scholen geïnvesteerd in de verbetering van het aanbod, gebaseerd op een goede analyse van de opbrengsten. Daarnaast hebben de reken specialisten op de scholen aandacht besteed aan specifieke rekendidactiek en is er ingezet op het geven van een goede instructie.
Gelet op de opbrengsten begin 2026 hebben we helaas moeten constateren dat de inspanningen nog niet voldoende terug te zien zijn in de eindopbrengsten. De referentieniveaus op het 1F niveau laten evenals de andere twee vakgebieden een positief beeld zien. De constatering is dat het 1S niveau achterblijft. Dat is overigens wat betreft het rekenonderwijs een landelijk beeld. De duiding van deze cijfers is tweeledig. Aan de ene kant beseft de VCOG dat er goed onderzocht moet worden of de inspanningen juist zijn geweest. Aan de andere kant is het ook mogelijk dat de interventies zich nog niet laten vertalen in hogere eindopbrengsten.
Naast het rekenonderwijs laat het begrijpend leesonderwijs al meerdere jaren op beide referentieniveaus hoge opbrengsten zien, op alle VCOG scholen, ongeacht de leerling populatie. Dat is een prestatie om trots op te zijn. Voor 2026 blijft het rekenonderwijs tezamen met taalverzorging en lezen hoog op de kwaliteitsagenda staan.
Figuur 1: overzicht resultaten vakgebied LEZEN VCOG-scholen doorstroomtoets 2025
| School | Toets | School-weging 2025 | Landelijk gemiddelde scholen met dezelfde weging 1F | Signalerings- waarde 1F (ondergrens) |
School resultaat 2026 1F | Landelijk gemiddelde scholen met dezelfde weging 2F | Signalerings-waarde op basis van schoolweging 2F | School-resultaat 2026 2F |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Anne Frankschool | IEP | 31,45 | 98,20% | 85% | 100% | 69,70% | 43,50% | 76% |
| Nassauschool | CITO | 24,91 | 99,40% | 85% | 100% | 84,30% | 56,20% | 90% |
| Kleine Wereld | IEP | 35,75 | 97% | 85% | - | 58,90% | 34,30% | - |
| Wegwijzer | IEP | 35,28 | 97% | 85% | 100% | 58,90% | 34,30% | 70% |
| Hoeksteen | IEP | 34,2 | 96,90% | 85% | 100% | 61,40% | 36,30% | 52% |
| ‘t Kompas | IEP | 31,99 | 95% | 85% | 100% | 55,10% | 43,50% | 55% |
| Tamarisk | CITO | 34,49 | 96,90% | 85% | 89% | 61,40% | 36,30% | 44% |
| Heerdstee | IEP | 35,62 | 97% | 85% | 100% | 58,90% | 34,30% | 55% |
| Dom Helder Camara | IEP | 28,96 | 98,90% | 85% | 100% | 75,70% | 48,60% | 81% |
| Meeroevers | AMN | 23,82 | 99,60% | 85% | 100% | 85,90% | 58,90% | 86% |
| AquaMarijn | IEP | 26,13 | 99% | 85% | 97% | 78,80% | 51,80% | 76% |
| Rietzee | CITO | 25,05 | 99,20% | 85% | 97% | 82% | 53,80% | 79% |
Figuur 2: overzicht resultaten vakgebied REKENEN VCOG-scholen doorstroomtoets 2025
| School | Toets | School-weging 2025 | Landelijk gemiddelde scholen met dezelfde weging 1F | Signalerings- waarde 1F (ondergrens) |
School resultaat 2026 1F | Landelijk gemiddelde scholen met dezelfde weging 2F | Signalerings-waarde op basis van schoolweging 2F | School-resultaat 2026 2F |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Anne Frankschool | IEP | 31,45 | 91,10% | 85% | 96% | 39,30% | 43,50% | 40% |
| Nassauschool | CITO | 24,91 | 95,40% | 85% | 98% | 53,70% | 56,20% | 61% |
| Kleine Wereld | IEP | 35,75 | 88% | 85% | - | 34,10% | 34,30% | - |
| Wegwijzer | IEP | 35,28 | 88% | 85% | 95% | 34,10% | 34,30% | 38% |
| Hoeksteen | IEP | 34,2 | 87,60% | 85% | 76% | 34% | 36,30% | 21% |
| ‘t Kompas | IEP | 31,99 | 91,10% | 85% | 85% | 39,30% | 43,50% | 30% |
| Tamarisk | CITO | 34,49 | 87,60% | 85% | 89% | 34% | 36,30% | 22% |
| Heerdstee | IEP | 35,62 | 88% | 85% | 91% | 34,10% | 34,30% | 23% |
| Dom Helder Camara | IEP | 28,96 | 93,20% | 85% | 91% | 45,50% | 48,60% | 44% |
| Meeroevers | AMN | 23,82 | 95,90% | 85% | 93% | 54,90% | 58,90% | 55% |
| AquaMarijn | IEP | 26,13 | 93,70% | 85% | 89% | 48,30% | 51,80% | 37% |
| Rietzee | CITO | 25,05 | 94,40% | 85% | 97% | 50,20% | 53,80% | 66% |
Figuur 3: overzicht resultaten vakgebied TAALVERZORGING VCOG-scholen doorstroomtoets 2024
| School | Toets | School-weging 2025 | Landelijk gemiddelde scholen met dezelfde weging 1F | Signalerings- waarde 1F (ondergrens) |
School resultaat 2026 1F | Landelijk gemiddelde scholen met dezelfde weging 2F | Signalerings-waarde op basis van schoolweging 2F | School-resultaat 2026 2F |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Anne Frankschool | IEP | 31,45 | 96,60% | 85% | 100% | 54,40% | 43,50% | 72% |
| Nassauschool | CITO | 24,91 | 97,70% | 85% | 100% | 62,30% | 56,20% | 58% |
| Kleine Wereld | IEP | 35,75 | 95,40% | 85% | - | 48,60% | 34,30% | - |
| Wegwijzer | IEP | 35,28 | 95,40% | 85% | 97% | 48,60% | 34,30% | 38% |
| Hoeksteen | IEP | 34,2 | 95,60% | 85% | 90% | 48% | 36,30% | 17% |
| ‘t Kompas | IEP | 31,99 | 95% | 85% | 97% | 55,10% | 43,50% | 48% |
| Tamarisk | CITO | 34,49 | 95,60% | 85% | 100% | 48% | 36,30% | 33% |
| Heerdstee | IEP | 35,62 | 95,40% | 85% | 100% | 48,60% | 34,30% | 36% |
| Dom Helder Camara | IEP | 28,96 | 97,20% | 85% | 100% | 58,10% | 48,60% | 50% |
| Meeroevers | AMN | 23,82 | 97,90% | 85% | 100% | 64,10% | 58,90% | 55% |
| AquaMarijn | IEP | 26,13 | 96,90% | 85% | 100% | 59,20% | 51,80% | 61% |
| Rietzee | CITO | 25,05 | 97,50% | 85% | 90% | 61,70% | 53,80% | 69% |
| Toelichting: | |
| Schoolweging | Op grond van de achterstandsscore van iedere leerling (opleiding ouders, migratieachtergrond, verblijfsduur NL, schuldsanering) berekent het CBS per leerling een onderwijsscore. De schoolweging betreft de onderwijsscore van alle leerlingen van de school op de peildatum. |
| LG1F | De opbrengsten worden gemeten naar referentieniveaus (daadwerkelijk behaalde onderwijsdoelen, afgeleid van de kerndoelen. 1F is het eerste referentieniveau (VMBO BB t/m GL/TL). De LG is het landelijk gemiddelde van Nederlandse scholen met soortgelijke schoolweging. Voor LG 2F (TL/HAVO/VWO) geldt dezelfde uitleg. |
| Signaleringswaarde | De signaleringswaarde (ondergrens) voor 1F betreft voor alle scholen 85%, ongeacht de schoolweging. De inspectie duidt een percentage onder de 85% als onvoldoende. De komende jaren gaat de signaleringswaarde van 1F naar 100%. De signaleringswaarde voor 1S/ 2F wordt bepaald door de schoolweging, deze is niet generiek. |
Onderwijsinspectie
In september 2025 heeft de inspectie opnieuw een bezoek gebracht aan samenwerkingsschool Meeroevers. Het oordeel na dit bezoek is bijgesteld van zeer zwak naar onvoldoende. Dat lag in de lijn der verwachting. In het tussentijds gesprek begin 2025 was de inspectie zeer positief over de stappen die de school in korte tijd had gezet in de verbetering van de kwaliteit. Het predicaat zeer zwak impliceert echter een zo grote verbeteringsslag dat het vrijwel onmogelijk is om binnen het jaar terug te keren naar een voldoende arrangement. Op het terrein van het zicht op de ontwikkeling en daarop aansluitend een passend en afgestemd aanbod voor alle leerlingen heeft de school in schooljaar 2025-2026 nog een aantal stappen te zetten. De inspectie heeft haar volste vertrouwen uitgesproken dat het onderwijs op Meeroevers binnen genoemd schooljaar weer van voldoende kwaliteit is.
Tijdens het bestuursgesprek in september 2025 heeft de inspectie aangekondigd begin 2026 een onderzoek te doen op CBS AquaMarijn. Het bestuur heeft dit onderzoek voorbereid in afstemming met de school en het stafbureau en ziet het bezoek met vertrouwen tegemoet.
Onderwijs aan nieuwkomers
In 2025 is bestuurlijk regie gevoerd op afstemming, inzet van middelen en borging van kwaliteit. Als VCOG is in samenwerking met de gemeente Groningen en andere schoolbesturen binnen het BBO, het onderwijs aan nieuwkomers daarmee verder versterkt. Binnen de taalklassen (schakelgroepen) is ingezet op intensief en maatgericht NT2-onderwijs, met specifieke aandacht voor taalverwerving, sociaal-emotioneel welzijn en aansluiting op het reguliere onderwijs.
Voor nieuwkomers die zijn doorgestroomd naar het reguliere basisonderwijs is aanvullende ondersteuning georganiseerd. Deze bestond onder meer uit verlengde schakelarrangementen, inzet van extra expertise vanuit het Expertise Centrum Anderstaligen Groningen en gerichte ondersteuning binnen de ontvangende scholen. Hiermee is beoogd de overstap naar het reguliere onderwijs zo soepel mogelijk te laten verlopen.
Ondanks deze inspanningen blijft de doorstroom, met name in de overgang van groep 8 naar het voortgezet onderwijs, complex. Om deze reden is in 2025 een werkgroep ingericht waarin primair en voortgezet onderwijs vertegenwoordigd zijn, met als doel het ontwikkelen van aanvullende ondersteunende leerroutes voor deze doelgroep.
Bij de start van 2025 heeft de VCOG twee taalklassen ingericht op de AquaMarijn en twee op de Heerdstee. Daarnaast zijn er vier taalklassen ingericht op de Kleine Wereld, een nieuwkomers kleuter- en peutergroep.
Het bovenbestuurlijk beleid rond het onderwijs aan nieuwkomers staat beschreven in de bouwstenennotitie. Deze notitie is in 2022 vastgesteld in het breed besturen overleg. In het najaar van 2025 hebben de besturen van Openbaar Onderwijs Groningen en de VCOG de wens uitgesproken om het beleid te herijken en meer aan te passen aan de huidige nieuwkomerssituatie in Groningen. Op grond van een breed uitgezette evaluatie wordt het beleid herschreven en opnieuw vastgesteld. Het ligt in de planning dat het herziene beleid voor de komende jaren is vastgesteld met ingang van schooljaar 2026-2027.
De verwachting is dat internationalisering, met name in de vorm van onderwijs aan nieuwkomers, ook de komende jaren een belangrijke rol blijft spelen binnen VCOG Onderwijs. Fluctuaties in instroom vragen blijvende flexibiliteit van scholen, personeel en bestuur.
In dit kader blijft VCOG investeren in gebiedsgerichte samenwerking met de gemeente, andere schoolbesturen en ketenpartners, om duurzaam en passend onderwijs te blijven bieden aan nieuwkomers en hun vervolgstappen in het reguliere onderwijs goed te ondersteunen.
Passend Onderwijs
Het voorlopige deelnamepercentage kon ten tijde van dit verslag nog niet definitief worden vastgesteld vanwege lopende registraties binnen het samenwerkingsverband. Het aantal verwijzingen richting speciaal onderwijs (SBO en cluster 3 en 4) is in 2025 gedaald naar 22. (2024, 31). Voor het SBO betrof het aantal verwijzingen een daling van 25 naar 17 leerlingen, dat zal effect hebben op het deelnamepercentage. Daarmee zet de VCOG de dalende trend tot onder de 2% (2024, 2,36%) deelname verder voort en dat is positief wat betreft de te besteden passend onderwijs middelen die de VCOG vanuit het samenwerkingsverband krijgt toegekend.
Het aantal thuiszitters is in 2025 gedaald. Aan het einde van 2025 waren er 6 risico leerlingen (grote kans op thuiszitten) en 7 thuiszitters. In 2024 waren dat 12 risico leerlingen en 9 thuiszitters. De VCOG hoopt deze dalende trend voort te zetten.
VCOG is aangesloten bij het Samenwerkingsverband PO 20.01 in Groningen. Er wordt samengewerkt om een hoog niveau van basisondersteuning te realiseren. In 2025 is het grootste deel van de middelen voor passend onderwijs besteed aan de onderwijsbudgetten op schoolniveau. Deze middelen worden niet enkel toegekend op schoolgrootte, maar ook op schoolzwaarte. De school onderbouwd de schoolzwaarte in een daarvoor ontwikkeld zorgzwaarte document. Met deze werkwijze laat de VCOG zien dat zij erkend dat er grote verschillen bestaan tussen de scholen wat betreft populatie en ondersteuningsbehoefte. Het draagt bij aan kansengelijkheid en de beweging naar inclusiever onderwijs.
Daarnaast wordt het expertisecentrum van de VCOG (EC VCOG) gefinancierd met passend onderwijs middelen. De VCOG heeft drie orthopedagogen (generalisten)in vaste dienst (1.9 FTE) gezamenlijk bedienen zij de twaalf scholen. Daarnaast werkt één orthopedagoog voor een deel in het expertiseteam nieuwkomers. Samen met een orthopedagoog van een samenwerkend bestuur worden zij gemeente breed ingezet op de dossiers binnen de nieuwkomers doelgroep. Binnen het EC VCOG is er in 2025 ruimte ontstaan om een student orthopedagogiek te begeleiden in het laatste studiejaar.
Een gedeelte van de passend onderwijsmiddelen is ook in 2025 geïnvesteerd in de inrichting van de satellietgroepen. Op ’t Kompas en de AquaMarijn zijn voltijds hoogbegaafdheidsgroepen ingericht. In deze groepen wordt een curriculum aangeboden afgestemd op leerlingen met een hoge intelligentie, waarbij er ook sprake is van andere zijnskenmerken. De inzet vanuit het passend onderwijsbudget maakt het mogelijk deze groepen klein te houden. Bij de inrichting van de groepen is bij de financiële onderbouwing uitgegaan van 15 á 16 leerlingen per groep. We hebben helaas ook in 2025 moeten constateren dat het leerlingaantal van de groep op de AquaMarijn opnieuw beneden de 10 leerlingen is gebleven, waardoor de afweging gemaakt moet worden of de VCOG dit aanbod op deze locatie kan handhaven. Begin 2026 zal het bestuur hierover in afstemming met beide scholen een besluit nemen.
De komende jaren blijft er een sterke focus op passend onderwijs op alle niveaus in de school. Zeker ook in het licht van de in gang gezette beweging richting inclusiever onderwijs.
Sociale veiligheid en klachten
De sociale veiligheid van leerlingen staat beschreven in het stichtingsbrede veiligheidsplan. Ook in 2025 is op alle VCOG-scholen de veiligheidsmonitor afgenomen met een daartoe gecertificeerd instrument. De opbrengsten van de monitor zijn in april 2025 uitgewisseld met de inspectie.
Iedere school beschikt over een pestprotocol, een pestcoördinator. Een aantal scholen hebben al in 2025 een vertrouwenspersoon voor de leerlingen aangesteld, hoewel dat op dit moment nog geen wettelijke verplichting betreft. In 2025 werd er op iedere VCOG-school middels een erkende methode aandacht besteed aan sociale weernaarheid en veiligheid.
Klachten van ouders worden zoveel mogelijk daar afgehandeld waar zij zich voordoen, namelijk in de school. Dat was ook in 2025 het geval. In een enkel geval zijn ouders uitgepraat met de school. De klachtenregeling van de VCOG voorziet in mogelijkheden voor ouders om in een dergelijk geval in gesprek te gaan met een externe vertrouwenspersoon of met het bestuur van de VCOG. In alle gevallen zijn de klachten in 2025 op deze wijze opgelost. Er zijn het afgelopen kalenderjaar geen zaken ingediend bij de Stichting Onderwijsgeschillen.
2.2 Personeel en professionalisering
Doelen 2025
In het strategisch beleid VCOG zijn drie onderwerpen in het HR-beleid van belang.
- Vinden, binden, boeien en behouden van medewerkers
We moeten onze capaciteit en aanpak als het gaat om werving en selectie op orde hebben. We kunnen immers alleen in onze kindcentra de ‘basis op orde’ garanderen als we over de benodigde personeelsformatie beschikken. Daarom is goede personeelsplanning en loopbaanbeleid van groot belang. We zullen daartoe loopbaanpaden ontwikkelen en extra ontwikkelingssupport inrichten, te beginnen bij de begeleiding van startende medewerkers in onderwijs, opvang en zorg.
- Ontwikkelingsdoelen verbinden aan personeelsprobleem
Voor de curriculum- en kwaliteitsontwikkeling van onze kindcentra willen we extra aandacht geven aan de gewenste talentontwikkeling van kind en medewerker. Daarvoor hebben we een toereikende formatie nodig. Wellicht zal het nodig zijn om creatieve bemensingstrategieën te ontwikkelen voor onderwijs en opvang, wanneer de formatie niet toereikend is.
- Lerende organisatie
Om creativiteit te stimuleren, moet VCOG als geheel een lerende organisatie zijn. Door ontwikkelingsopgaven onderling te verdelen in bijvoorbeeld VCOG-breed gedragen pilotprojecten, kunnen we samen meer bereiken dan alleen. Dat vraagt van ons allemaal om een open lerende houding en om inzicht in hoe je een lerende organisatie vormgeeft. We willen ons hier de komende jaren in ontwikkelen.
Resultaten 2025
- Vinden, binden, boeien en behouden van medewerkers
In 2025 zijn stappen gezet in het versterken van het personeelsbeleid en zijn ingezette ontwikkelingen bestendigd. De waarderende gesprekscyclus is doorontwikkeld, onder andere door een gerichte training voor leidinggevenden, zodat zij beter toegerust zijn in het voeren van ontwikkelgerichte gesprekken.
Binden en boeien van medewerkers krijgt binnen de organisatie onder andere vorm door aan te sluiten bij hun interesses en behoeften. In 2025 is dit onder andere gedaan door het initiëren van een bijeenkomst voor nieuwe medewerkers aan het begin van het schooljaar, zodat zij een beeld krijgen bij de organisatie. Daarnaast is ook een voorlichtingsbijeenkomst voor LIO-stagiaires opgestart; wat kan de VCOG een startende leerkracht bieden? Daarnaast droegen informele momenten, zoals een zomerborrel en kerstmarkt, bij aan verbinding en betrokkenheid binnen de organisatie.
Het beleid rondom het ontwikkelpad voor leerkrachten van LB naar LC en LD is verder uitgewerkt en geconcretiseerd. Hiermee is voor leerkrachten duidelijker geworden welke stappen en ontwikkelmogelijkheden er zijn om door te groeien binnen de organisatie.
Medewerkers kregen tevens de mogelijkheid om gebruik te maken van vrijwillige interne mobiliteit naar een andere school. Dit wordt jaarlijks uitgevraagd, al blijkt de animo hiervoor vooralsnog beperkt.
Sinds januari 2025 werken wij samen met een nieuwe arbodienstverlener. In deze samenwerking ligt de nadruk nadrukkelijker op duurzame inzetbaarheid van medewerkers in plaats van uitsluitend op verzuimbegeleiding. Wij hebben geïnvesteerd in structureel overleggen tussen directeur – arbodienst en HR (SMT, vier keer per jaar), evaluatiemomenten en een intensieve samenwerking met de arbodienstverlener en bedrijfsarts. Het verzuimpercentage over 2025 bedroeg 6,3%.
- Verbinden van ontwikkelingsdoelen aan personeelsvraagstukken
In het kader van strategische personeelsplanning hebben wij in 2025 verdere verkenningen uitgevoerd en zijn eerste stappen gezet in de toepassing hiervan binnen de organisatie. Hiermee werken wij toe naar een betere afstemming tussen personeelsinzet en de ontwikkelopgaven van onze (I) KC’s. Dit krijgt in 2026 verder vorm.
De investering in het coachen en begeleiden van LIO-stagiaires en startende leerkrachten is in 2025 voortgezet. Hiermee dragen wij bij aan een goede start en duurzame inzetbaarheid van nieuwe medewerkers.
Voor het volgen van professionalisering en ontwikkeling maken wij gebruik van het instrument Bardo, een digitale leeromgeving waarin onder andere de waarderende gesprekscyclus wordt ondersteund. Dit helpt om ontwikkeldoelen van medewerkers beter te verbinden aan de behoeften van de organisatie.
De scholen maken elk jaar een schoolplan met doelen voor het schooljaar. Tijdens de gesprekken in het kader van de gesprekkencyclus worden deze doelen verbonden aan de doelen van de individuele medewerkers. Ook besteedt elke school gedurende het jaar veel aandacht aan teamscholing in het kader van het schoolplan van dat betreffende jaar. Dit is een onderdeel van het personeelsbeleid om de onderwijskundige visie af te stemmen op de opgave van de scholen.
- Ontwikkeling naar een lerende organisatie
De doorontwikkeling van de waarderende gesprekscyclus draagt bij aan een open en lerende houding binnen de organisatie. Daarnaast is gestart met de verdere uitrol van de RI&E, gericht op het versterken van een veilige en gezonde werkomgeving en het vergroten van bewustwording binnen teams.
Binnen VCOG is bovendien ondersteuningsstructuur ingericht om leren en ontwikkelen te stimuleren. Zo zijn er (beeld) coaches beschikbaar voor zowel startende als meer ervaren leerkrachten. Dit draagt bij aan continue professionele groei.
- Monitoring personeelsbeleid
Elk jaar vindt er een moment plaats om de directeuren te bevragen over de stafdienst: wat heeft het primair proces nodig aan ondersteuning en hoe prioriteren zij dat? Ook wordt gewerkt met een HR-werkgroep, waarin een aantal directeuren, een teamleider en de directeur Kinderopvang zitten waar afstemming plaats vindt over het personeelsbeleid. Deze werkgroep bereidt thema’s voor, denkt mee en stemt af voordat het gehele MT wordt betrokken.
Kengetallen personeel
Onderstaande tabel geeft de instroom en uitstroom van medewerkers weer over het jaar 2025. De lio-ers, stagiaires en zzp-ers zijn niet meegenomen.
In- en uitstroom
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Instroom | uitstroom | |
|---|---|---|
| A. Frankschool | 5 | 2 |
| Nassauschool | 3 | 8 |
| De Kleine Wereld | 2 | 3 |
| De Wegwijzer | 11 | 14 |
| De Hoeksteen | 8 | 4 |
| t Kompas | 8 | 6 |
| De Tamarisk | 11 | 1 |
| De Heerdstee | 3 | 5 |
| IKC DHC | 2 | 5 |
| SWS Meeroevers | 7 | 12 |
| AquaMarijn | 10 | 3 |
| De Rietzee | 9 | 5 |
| Bovenschools | 2 | 0 |
| College van Bestuur | 1 | 1 |
| Directeuren | 1 | 0 |
| HRM | 1 | 0 |
| Invalpool | 9 | 8 |
| Onderwijs en kwaliteit | 1 | 0 |
Verzuimcijfers
Het verzuimpercentage over 2025 was 6,3%, dit is exclusief zwangerschaps- en bevallingsverlof, inclusief ziekte ten gevolge van zwangerschap. Opvallend is dat het gemiddelde verzuimpercentage lager ligt dan het landelijk gemiddelde (7,02% in 2024). Tegelijk valt op dat sommige locaties nauwelijks verzuim hebben , terwijl andere duidelijk hoger scoren. Dit vraagt om aandacht en maatwerk. Bij de locaties met een hoger percentage lijken oorzaken vaak te liggen in fysieke klachten en psychische belasting. Voor een groot deel van de medewerkers met fysieke klachten geldt dat deze niet werkgerelateerd zijn.
In 2025 zijn er 25 medewerkers die vaker dan drie keer verzuimen binnen twaalf maanden. Dit patroon van frequent verzuim wordt vaak gezien als een belangrijke indicator voor een verhoogd risico op langdurige uitval in de toekomst. Daarentegen zijn er 251 medewerkers die zich nul keer ziek hebben gemeld. Procentueel is dat is 55,8% van de medewerkerspopulatie. Het landelijk gemiddelde nulverzuim ligt volgens het vfpf in 2024 45,96 %. Veel medewerkers van VCOG verzuimen dus helemaal niet. Vrouwen hebben een bijna drie keer zo hoog verzuimpercentage als mannen (6,61% vs. 2,29%). De meldingsfrequentie is vrijwel gelijk (1,02–1,03). Het verschil tussen mannen en vrouwen zit niet in de meldingsfrequentie maar in de verzuimduur per melding.
In onderstaand overzicht is het verzuimpercentage per leeftijdscategorie opgenomen. Dit overzicht laat zien dat met name de medewerkers in de categorie 35-44 en de categorie 55-64 hoog scoren. Daarnaast is ook de categorie 45-54 een aandachtspunt.
| Leeftijd | 15-24 | 25-34 | 35-44 | 45-54 | 55-64 | 65+ |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2025 | 3,33% | 3,72% | 7,99% | 6,02% | 8,24% | 2,56% |
Banenafspraak
VCOG geeft geen gerichte invulling aan de banenafspraak. Wel hebben wij een aantal medewerkers in dienst die in het doelgroepenregister staan.
Uitkeringen na ontslag
In 2025 is er voor 106.459,16 euro aan uitkeringen na ontslag uitbetaald. Dit bedrag bestaat voornamelijk uit de transitievergoeding die wordt betaald na 2 jaar ziekte.
VOG
Alle medewerkers die in dienst zijn gekomen in 2025 (reguliere medewerkers, gedetacheerden, inhuur en LIO-ers) hebben een VOG aangevraagd en aan ons kunnen overhandigen. Zie de volgende tabel:
Verantwoording over de aanwezigheid van de Verklaring Omtrent Gedrag
| VOG aanwezig op | VOG te laat | VOG niet | |
| ingangsmoment | aanwezig | aanwezig | |
| Medewerkers in loondienst | 86 | 0 | 0 |
| Medewerkers niet in loondienst | 0 | 0 | 0 |
| 86 | 0 | 0 | |
Wij hebben onze accountant niet opdracht gegeven een controle uit te voeren op de tijdige aanwezigheid van VOG. Verder hebben wij voor nieuwe medewerkers, voor wie wij in de periode 17 juli t/m 17 oktober reeds een VOG hebben aangevraagd, niet een nieuwe VOG aangevraagd naar aanleiding van het advies van het ministerie van OCW.
Sociale veiligheid en gelijke behandeling
VCOG Onderwijs draagt actief bij aan sociale veiligheid en gelijke behandeling van leerlingen en medewerkers. Het beleid op dit terrein wordt ontwikkeld in samenspraak met schooldirecties, medewerkers en medezeggenschap en maakt onderdeel uit van de reguliere kwaliteits- en HR-cyclus. De sociale veiligheid wordt jaarlijks gemonitord, onder andere via beschikbare instrumenten binnen het kwaliteitsmanagement en de RI&E. In 2025 zijn de eerste scholen begonnen met het uitzetten van de RI&E en/of de Quick Scan. Onderdeel hiervan is de ervaren sociale veiligheid van het personeel. De uitkomsten van deze monitoring worden besproken op school- en bestuursniveau en leiden, waar nodig, tot bijstelling van beleid of aanvullende maatregelen. Daarnaast wordt het beleid rondom sociale veiligheid en gelijke behandeling periodiek geëvalueerd, waarbij ook gebruik wordt gemaakt van extern ondersteuningsaanbod en expertise.
Besteding professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders
De middelen voor professionalisering en begeleiding van starters en schoolleiders zijn in 2025 ingezet als onderdeel van het opleidings- en professionaliseringsbudget van de scholen. Deze middelen zijn aangewend voor individuele scholing, teamgerichte studiedagen, coaching en begeleiding van startende medewerkers.
De inzet van deze middelen is per school opgenomen in de schoolbegroting en besproken met de medezeggenschapsraad. De (personeelsgeleding van de) MR heeft hierbij haar instemmings- en adviesrol vervuld conform de geldende wet- en regelgeving. Daarmee is de besluitvorming over de besteding van deze middelen transparant en met betrokkenheid van medewerkers tot stand gekomen.
Toekomstige ontwikkelingen arbeidsmarkt
- De arbeidsmarkt voor pedagogische beroepen in Groningen wordt gekenmerkt als krap.
- Het aantal leerlingen is tussen 2020 en 2024 in Groningen sterker gedaald dan landelijk (3,8% tegenover 1,6%).
- De prognose is dat deze daling de komende jaren doorzet (circa 4,8%).
- Ondanks een daling van de werkgelegenheid stijgt de relatieve onvervulde werkgelegenheid voor po-leraren en schoolleiders:
- 3,3% in 2025
- 4,3% in 2029
- Zowel de instroom op de pabo (32,5%) als het aantal afgestudeerde pabo-studenten (23%) is de afgelopen jaren toegenomen in Groningen.
- Tegelijkertijd is het uitvalpercentage op de pabo gestegen. In 2024/2025 stopte 17% van de studenten al in het eerste jaar.
- De arbeidsmarkt in de kinderopvang (inclusief peuterspeelzaalwerk) wordt de komende jaren steeds krapper. Volgens de nieuwste arbeidsmarktprognoses groeit het personeelstekort van 10.900 medewerkers in 2026 naar 34.800 medewerkers in 2035 (Scenario Beleid). De stijging wordt veroorzaakt door een sterk toenemende arbeidsvraag, onder meer als gevolg van beleidswijzigingen, terwijl het personeelsaanbod onvoldoende meegroeit om deze vraag op te vangen.
2.3 Huisvesting en facilitaire zaken
Doelen
In 2024 is een nieuw IHP vastgesteld door de gemeente Groningen: Scholenplan Gro Up. Het nieuwe IHP/Scholenplan is een actualisatie van het oude IHP met een vooruitblik van 16 jaar; 2024-2039 zoals landelijk afgesproken. het geactualiseerde IHP is in mei 2024 door de raad vastgesteld. De actualisatie van de visie op onderwijs is de eerste stap in dit proces. Deze uitwerking betreft een vertaling van het inhoudelijk onderwijsbeleid naar bouwstenen voor huisvesting. Met andere woorden: wat zijn de te bereiken doelen t.a.v. kansengelijkheid, onderwijssegregatie, inclusief onderwijs, bewegingsonderwijs, etc. en wat betekent dit voor huisvesting in omvang, functionaliteit en spreiding. Deze visie richt zich niet op bouwkundige of duurzaamheidsaspecten. Die krijgen uiteraard ook een plek in het IHP, maar in een volgende stap in het proces. Deze duurzaamheidsambities komen voort uit de routekaart die de komende tijd door gemeente en schoolbesturen zal worden verkend.
De algemene strategie op gebied van onderwijshuisvesting is het optimaal gebruiken van de beschikbare huisvesting, anticiperen op ontwikkelingen in de wijk en aangehaakt zijn bij besluitvorming over de ontwikkelingen in de gemeentelijke ruimtelijke ordening. Voor het optimaal gebruiken van de beschikbare huisvesting gebruikt VCOG een externe partij, Syplon, die daarbij adviseert en het onderhoud organiseert.
Lopende projecten
Op dit moment lopen een 3-tal projecten rondom nieuwbouw/verbouw: Meeroevers, Wegwijzer en Nassauschool (deels). Verwachting is dat alle 3 tussen 2028 en 2030 zullen zijn opgeleverd.
KC Meeroevers
Start bouw voorjaar 2026, gereed zomer 2027. De huidige instroom door de beperkte capaciteit in de wijk kan er toe leiden dat de school al vol is als we beginnen. Uitwijkmogelijkheden naar het nieuwste deel van de huidige huisvesting lijkt dan logisch. Dit geldt overigens ook voor OOG en de kinderopvang in de wijk die onder druk staan.
IKC de Wegwijzer
Start voorjaar 2027, gereed medio zomer 2028. Mooie kansen voor de kinderen van Selwerd. Omdat op dezelfde plek het nieuwe IKC komt zal tijdelijk (ca. 1,5-2 jaar) uitgeweken worden naar de locatie aan de Bessemoerstraat.
Nassauschool
Verbouw en upgrading naar nieuwbouwkwaliteit van de delen Monument en Nassaulaan. Verbouw duurt ongeveer 1 jaar per deel. Verschuiving van groepen en tijdelijke huisvesting voor 2 groepen buiten de locatie. Met deze upgrade wordt in een deel van de doelen voor het cultuurprofiel voorzien. Afhankelijk van de financiële situatie kan nog gekeken worden naar een, tenminste, visuele upgrade van de overige gebouwen van de Nassauschool.
Overdracht S.S.Rosensteinlaan
In 2025 zijn de voorbereidingen van de overdracht van de locaties S.S. Rosensteinlaan en Celebesstraat afgerond. De uiteindelijke overdracht is in februari 2026 afgerond. De locatie Celebesstraat blijft vooralsnog in gebruik door VCOG voor nieuwkomersonderwijs.
Toekomstige ontwikkelingen
Binnen de gemeente Groningen zien we een aantal ontwikkelingen die invloed hebben op VCOG.
- Ontwikkeling Meerstad.
In dit gebied ontstaat behoefte aan meerdere scholen naast de twee scholen die zich hier momenteel bevinden. Als eerste betreft het hier het deel van ‘de Eems’ waar nog twee scholen voorzien zijn. Daarnaast ontstaat er mogelijk behoefte aan onderwijslocaties in het gebied van het voormalige Grunopark naast het huidige deelgebied waar de Meeroevers staat en komt.
- Ontwikkeling Suikerzijde
Deze uitbreidingswijk bestaat uit 2 delen, Noord en Zuid. Gestart is met Suikerzijde Noord. In het totale gebied komen ongeveer 5000 woningen en zal er plaats zijn voor 2 en mogelijk 3 scholen voor basisonderwijs. Het wordt een behoorlijk dichtbebouwde stadswijk worden met een 15 minutencultuur. Alle voorzieningen moeten binnen de wijk liggen. De 1e school is al in ontwikkeling bij OOG en zal in Suikerzijde Noord komen. Mogelijk ligt hier op termijn ook behoefte aan een school van VCOG.
- Ontwikkeling De Nieuwe Held
In de Nieuwe Held zal ook een school gebouwd worden. Een van de opties is het starten van een nieuwe school en een andere optie is het verplaatsen of uitbreiden van een bestaande school naar dit gebied. Door de tijdelijkheid van een deel van de huisvesting in het Reitdiep zal dit scenario meegewogen worden. Hierbij gaat het om een school van VCOG en een van OOG.
Duurzaamheid & maatschappelijk verantwoord ondernemen
Met de gemeente Groningen is met alle schoolbesturen afgesproken om te zorgen dat scholen voor 2035 energieneutraal zouden moeten zijn. In de onderzoeken die hebben plaatsgevonden is geconcludeerd dat als de nationale routekaart energieneutraal gevolgd dit uiterlijk in 2050 gereed is. Dit loopt dan synchroon met het akkoord van Parijs waar ons land zich aan heeft geconfirmeerd. Naast alle logistieke obstakels die dit met zich mee brengt zal ook goed en kritisch gekeken moeten worden naar de totale ruimte/locatiebehoefte. De financiële impact van deze ontwikkelingen voor VCOG is nog niet volledig in beeld.
Nieuw- en verbouwprojecten laten zien dat er veel mogelijk is ten aanzien van het faciliteren van het leren en werken in onze gebouwen. Naast het optimaliseren van de flexibiliteit in de scholen door het aanpassen van de inrichting of het herschikking van ruimtes moet hierbij ook gedacht worden aan het verbeteren van het binnenklimaat en installaties in voorbereiding op de ontwikkelingen richting 2050. Binnen VCOG zijn we ons bewust van de noodzaak om hier afgewogen keuzes in te maken.
Informatiebeveiliging en Privacy
Met betrekking tot informatiebeveiliging heeft VCOG in het najaar van 2025 een zelf assessment uit gevoerd op het IB deel van het IBP normenkader. De geconstateerde volwassenheidsscore bij deze 0-meting is 1,6. In 2026 wordt geïnventariseerd wat voor VCOG de grootste uitdagingen zijn op IB gebied, hierbij ook gebruik makend van de adviezen van de accountant. Daarnaast maken we een start met de eerste fase van het groeipad van het Normenkader IBP om de IB in te richten zodat er in 2030 een volwassenheidsscore van 3.0 is bereikt.
Met betrekking tot privacy heeft VCOG na de vorige meting in januari 2025 op het P-deel stappen gezet naar een volwassenheidsniveau van 2.7 in november 2026. O.a. de geüpdatet privacyreglementen zijn vastgesteld, de privacyverklaring is aangepast en het RVV is ingericht in YSN. In 2026 zal verder worden toegewerkt naar een volwassenheidsniveau van 3.0.
2.4 Communicatie
In 2025 is binnen de afdeling Communicatie verder gebouwd aan een professionele, toegankelijke en toekomstbestendige communicatieaanpak. Daarbij is nadrukkelijk gekozen voor een verschuiving van een meer generieke, bovenschoolse benadering naar maatwerk per school, (I)KC en afdeling.
Aan het begin van het schooljaar zijn met alle directeuren startgesprekken gevoerd, waarin de doelen, ambities en communicatiebehoeften per locatie centraal stonden. Tijdens deze gesprekken is onder andere stilgestaan bij de prioriteiten van de school of het (I)KC, de effectiviteit van bestaande communicatiekanalen, knelpunten in de communicatie met ouders/verzorgers en medewerkers en kansen voor het versterken van de profilering. Deze gestructureerde inventarisatie vormde de basis voor gerichte ondersteuning vanuit de afdeling Communicatie en maakte het mogelijk om communicatie steeds beter af te stemmen op de specifieke context en behoeften van de verschillende locaties.
Een belangrijke ontwikkeling in 2025 was de verdere doorontwikkeling van de online zichtbaarheid. De bovenschoolse website van de VCOG is vernieuwd, met onder andere een flexibelere homepage waarop actueel nieuws beter kan worden uitgelicht en een verbeterde presentatie van het aanbod op het gebied van Leren en Ontwikkelen. In dit kader is ook een volledig nieuwe online omgeving ontwikkeld waarin het volledige scholingsaanbod is samengebracht. In deze omgeving zijn alle trainingen en cursussen overzichtelijk en toegankelijk gepresenteerd. Hiermee is het aanbod niet alleen gedigitaliseerd, maar ook zichtbaar gemaakt voor een breder publiek, waaronder potentiële medewerkers en stagiaires. Dit draagt bij aan de profilering van de VCOG als aantrekkelijke werkgever, waarbij ontwikkeling en professionalisering centraal staan.
Doorontwikkelen huisstijlen
Naast de bovenschoolse website is ook gewerkt aan de verdere vernieuwing van de schoolwebsites. Inmiddels zijn tien scholen en (I)KC’s overgestapt op een nieuw platform. Deze overgang heeft ervoor gezorgd dat de websites voldoen aan actuele wet- en regelgeving en in het bijzonder aan de geldende veiligheidseisen. Daarnaast is de organisatie minder afhankelijk geworden van individuele beheerders, waardoor de continuïteit en actualiteit van de websites beter geborgd zijn. De afdeling Communicatie heeft scholen actief begeleid bij deze overgang en ingezet op het vergroten van de zelfredzaamheid, zodat locaties zelfstandig content kunnen toevoegen en aanpassen.
Ook op het gebied van huisstijl en visuele identiteit zijn verdere stappen gezet. De VCOG-huisstijl is verder geprofessionaliseerd en doorvertaald naar verschillende communicatie-uitingen, zoals vacatures, presentaties en rapportages. Daarnaast is de visuele identiteit van VCOG Kinderopvang en de afdeling Leren en Ontwikkelen verder uitgewerkt binnen de kaders van de overkoepelende huisstijl. In het verlengde hiervan is samen met diverse scholen en (I)KC’s gewerkt aan het optimaliseren van hun communicatie-uitingen, zoals logo’s, flyers, advertenties en websites, met aandacht voor herkenbaarheid, toegankelijkheid en de beoogde doelgroep(en).
In 2025 zijn daarnaast verschillende gerichte communicatiecampagnes uitgevoerd. Zo is voor de satellietgroepen een communicatiestrategie ontwikkeld gericht op ouders/verzorgers, interne medewerkers en externe doorverwijzers. Hierbij is gebruikgemaakt van onder andere flyers, websitepagina’s, nieuwsbrieven, presentaties en netwerkmomenten. Ook de werving van kinderen voor de opvanglocaties van VCOG is verder geprofessionaliseerd, waarbij campagnes op maat zijn ingericht in samenwerking met VCOG Kinderopvang en de betreffende locaties.
De gekozen koers richting meer maatwerk heeft in 2025 zichtbaar effect gehad. Door communicatie beter af te stemmen op de identiteit en unieke kenmerken van individuele locaties, krijgen potentiële ouders/verzorgers en (toekomstige) medewerkers een duidelijker en herkenbaarder beeld van de scholen en (I)KC’s. Hierdoor ontstaat meer betrokkenheid en inzicht in de onderscheidende kwaliteiten van de locaties. Daarnaast zijn doelgroepen vaker en gerichter in aanraking gekomen met relevante informatie dan voorheen, wat heeft bijgedragen aan een sterkere positionering van zowel de individuele locaties als de organisatie als geheel.
2.5 Financiën
Financieel beleid
Om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen geldt als uitgangspunt de vraag per school wat nodig is voor goed onderwijs. Om de continuïteit van de stichting te waarborgen geldt als uitgangspunt een sluitende exploitatie per organisatieonderdeel. Daarnaast is van belang dat het eigen vermogen van de stichting op het gewenste niveau wordt gehouden. De rijksbijdrage en overige inkomsten dienen toereikend te zijn om een school te kunnen exploiteren. Daarbij is een schooldirecteur integraal verantwoordelijk voor alle budgetonderdelen. Voor elke school wordt een begroting opgesteld waarbij de verwachte baten en lasten zijn weergegeven. De rijksbijdrage wordt per BRIN-nummer in componenten ontvangen, zoals de personele bekostiging en onderwijsachterstandsmiddelen. Al deze bijdragen worden rechtstreeks toebedeeld aan de school. Elke school draagt, middels een vast percentage, een deel af ter dekking van de lasten van het stafbureau en de projectuitgaven voor gezamenlijke kwaliteitsontwikkeling.
De begroting van het volgende jaar wordt opgesteld in de tweede helft van het lopende jaar. Allereerst wordt een kaderbrief geschreven met algemene en specifieke uitgangspunten voor het nieuwe begrotingsjaar. Vervolgens worden gesprekken gevoerd met budgethouders en staf om te komen tot een begroting die realistisch is en welke past binnen de gestelde kaders. Het monitoren van de exploitatie gedurende het jaar gebeurt op basis van periodiek overleg tussen schooldirecteuren en de afdeling control en met volledige en juiste informatievoorziening.
Bij het opstellen van de begroting wordt ook voor de komende jaren een zo nauwkeurig mogelijke inschatting gemaakt van de begrotingsontwikkelingen. Daarmee wordt in één applicatie zowel de begroting als de meerjarenbegroting gegenereerd.
Ontwikkelingen in 2025
De meest opmerkelijke ontwikkelingen in de exploitatie van 2025 waren:
- De rijksbijdrage van het ministerie van OCW was € 0,6 mln. hoger dan begroot. Dit komt door een hogere indexering van de rijksbijdrage dan was voorzien en door meer bijzondere bekostiging voor onderwijs aan asielzoekerskinderen dan begroot.
- Verder is een verwachte nabetaling over de rijksbijdrage 2022 opgenomen van € 1,3 mln. (inclusief rente) na de uitspraak van de Raad van State in maart 2026 dat de vordering van schoolbesturen is toegewezen.
- De subsidies OCW en de doorbetalingen rijksbijdragen waren tezamen € 0,4 mln. hoger dan begroot. In deze categorie behoort ook de bijdrage vanuit de onderwijsregio en de subsidie voor school en omgeving.
- De gemeentelijke subsidies waren € 1,4 mln. hoger dan begroot. Dit komt met name door de niet begrote subsidie voor naschoolse activiteiten (Verlengde Schooldag), welke gezamenlijk met andere scholen in vier stadswijken wordt ingezet. VCOG is hierbij de penvoerder, waardoor de gehele subsidie in de exploitatie is gepresenteerd.
- De overige baten waren € 0,5 mln. hoger dan begroot, onder meer door toenemende bijdragen van het Jeugdeducatiefonds. Deze bijdrage wordt onder andere gebruikt voor het verstrekken van maaltijden aan kinderen op school. Ook was er de bijdrage van de Stichting Zonnelaan van 250K, welke jaarlijks tot en met 2028 wordt verstrekt.
- De personeelslasten waren € 2,2 mln. hoger dan begroot. De personele inzet was hoger (293 fte) dan begroot (267 fte), vooral door een aanzienlijk verzuim in. Verder was er een hogere inhuur van expertise om het nieuwkomersonderwijs en de naschoolse activiteiten op de scholen te kunnen organiseren. Ook worden medewerkers van de aanpalende kinderopvangorganisatie ingezet als onderwijsassistent op de scholen. Verder was er sprake van een loonstijging van 4,6% per 1 november.
- De huisvestingslasten waren overall € 0,3 mln. lager dan begroot. Door aanpassingen in het meerjaren onderhoudsplan was er sprake van een vrijval van 583K in de voorziening voor cyclisch onderhoud.
- De overige lasten zijn € 1,4 mln. hoger dan begroot. Dit betrof grotendeels uitgaven voor de verstrekking van maaltijden op school en uitgaven voor naschoolse activiteiten, beiden bekostigd uit ontvangen subsidies.
Overig
Voor meerdere VCOG-scholen is bijzondere bekostiging ontvangen ten behoeve van de opvang van kinderen van asielzoekers en overige vreemdelingen. Deze worden opgenomen in een schakelklas nieuwkomers. Zij ontvangen allereerst een jaar maatwerk onderwijs dat is gericht op integratie en taalontwikkeling. Vervolgens worden zij opgenomen in reguliere klassen van andere scholen.
Op elke school wordt de schoolbegroting besproken met de medezeggenschapsraad.
In 2025 waren elf scholen met een subsidie voor extra inzet op basisvaardigheden zoals taal en rekenen. De subsidie loopt bij vijf scholen door in 2026.
In 2025 heeft Stichting VCOG Onderwijs geen rol vervuld als penvoerder binnen de Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT). Daarmee is deze subsidieregeling niet van toepassing op de organisatie en zijn er geen MDT‑trajecten verantwoord in dit bestuursverslag.
Treasury
VCOG ondervindt weinig risico ten aanzien van het borgen van voldoende liquiditeit. Voor bijzondere uitgaven kan bovendien een beroep worden gedaan op het steunfonds Stichting Zonnelaan. De aanwezige liquiditeit is verspreid over twee banken. De Rabobank is de huisbankier en bij de ABN AMRO zijn liquide middelen weggezet in spaartegoeden. Er zijn ten opzichte van 2024 geen mutaties in het treasurystatuut geweest. Aangezien er geen gebruik wordt gemaakt van beleggingen, derivaten en leningen valt hierover niet te rapporteren in het jaarverslag.
2.6 Continuïteitsparagraaf
Interne risicobeheersingssysteem
De organisatie van de interne risicobeheersing is bij VCOG zo ingericht dat dit is ingebed in de reguliere werkzaamheden. Voorname uitingen van interne risicobeheersing zijn:
Raad van Toezicht en College van Bestuur
VCOG heeft een Raad van Toezicht en een College van Bestuur. In de statuten en het managementstatuut is de scheiding tussen bestuur en intern toezicht vormgegeven. VCOG houdt zich aan de code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs.
Periodieke managementrapportage
Elk kwartaal wordt het College van Bestuur voorzien van een financiële managementrapportage waardoor de bestuurder inzicht heeft in de ontwikkelingen en hier adequaat op kan sturen. Deze rapportage wordt besproken met diverse geledingen, zoals het MT en de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad. Ook de Raad van Toezicht kan met behulp van deze rapportage haar toezichthoudende rol vervullen.
Aanbevelingen externe accountant
De externe accountant rapporteert jaarlijks aan het College van Bestuur inzake risico’s met een divers niveau van geschatte impact. Deze managementletter wordt uitgebreid besproken en aan de hand daarvan worden verbeterafspraken geformuleerd.
Risico’s en onzekerheden
VCOG wordt geconfronteerd met risico’s die momenteel in het onderwijs gelden. Hierna volgt een overzicht van mogelijke risico’s en een raming van de geschatte kosten:
| Te verwachten (extra) risico's | geschatte kosten | Kans van optreden | |
|---|---|---|---|
| 1. | Mogelijke gevolgen van aanhoudend hoog ziekteverzuim | € 500.000 | 50% |
| Het ziekteverzuim is aanzienlijk door onder andere een hoge werkdruk. | |||
| 2. | Leerlingprognoses laten op sommige locaties een krimp zien | € 500.000 | 50% |
| Stichting VCOG Onderwijs heeft te maken met een lichte krimp van aantal leerlingen. Door de scholen wordt vol ingezet op herstel van de bezetting, onder andere door nieuwe huisvesting. | |||
| 3. | Nieuwbouw en renovatie van de schoolgebouwen | € 755.000 | 75% |
| In het actuele integraal huisvestingsplan van de Gemeente Groningen is een mogelijke eigen bijdrage van VCOG. Dit is als risico opgenomen. | |||
| 4. | Fluctuaties in een actueel en passend MJOP ten behoeve van onderhoud schoolgebouwen | € 500.000 | 50% |
| Het meerjaren onderhoudsplan wordt periodiek geactualiseerd en dat kan leiden tot een extra dotatie van de voorziening cyclisch onderhoud. | |||
Het meest urgente risico is het vinden van goed gekwalificeerde medewerkers. Met name tijdelijke, kortdurende vervanging van leerkrachten is een knelpunt. Er wordt alles aan gedaan om te voorkomen dat in geval van ziekte het bericht volgt dat de les van die dag niet kan doorgaan en leerlingen onverrichterzake weer naar huis kunnen.
Ook geldt dat er een permanent spanningsveld is tussen de ontwikkeling van het aantal leerlingen en de beschikbaarheid van passende huisvesting. Het tijdig anticiperen op ontwikkelingen in de gemeente Groningen en het aanschuiven bij strategisch overleg op gebied van huisvesting is derhalve van groot belang. Zo is er gestart met de uitvoering van een nieuw integraal huisvestingsplan. Hierin is voor een aantal VCOG-scholen in de komende jaren vervangende nieuwbouw gepland.
Een steeds urgenter wordend risico is de toename van armoede in specifieke wijken in de gemeente. Dit vertaalt zich in de scholen in die wijken in een toenemende zorgproblematiek, waarbij minder leerlingen naar het Speciaal Onderwijs kunnen worden verwezen vanwege de overvolheid van het Speciaal Onderwijs.
Voor de huidige gebouwen geldt een meerjaren onderhoudsplan. Deze wordt jaarlijks geactualiseerd en dit kan leiden tot een bijstelling van de voorziening cyclisch onderhoud en een mogelijke (extra) dotatie of vrijval.
De risico’s worden periodiek besproken in het managementoverleg met de stafleden en de bestuurder. Ook is er jaarlijks een generiek overleg tussen het managementteam en de toezichthouders.
In control statement
Het bestuur van Stichting VCOG Onderwijs is van oordeel dat de organisatie in 2025 in voldoende mate “in control” is geweest. De inrichting en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem bieden een redelijke mate van zekerheid dat de doelstellingen van de organisatie worden gerealiseerd en dat risico’s tijdig worden gesignaleerd en gemitigeerd.
Het bestuur blijft aandacht houden voor verdere versterking van de samenhang tussen beleid, uitvoering, monitoring en verantwoording.
