3.1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief
In deze paragraaf een vooruitzicht naar de komende jaren. Hierbij wordt uitgegaan van de informatie uit de meerjarenbegroting 2023 – 2027 welke op 1 december 2022 is vastgesteld. Op als basis van de verwachte ontwikkeling van het leerlingaantal wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de personeelsformatie, de exploitatie en de vermogenspositie.
Leerlingaantal
Op 1 februari 2022 telde VCOG 3.328 leerlingen. Sommige scholen hebben een lichte tot aanzienlijke terugloop van leerlingen terwijl andere scholen groeien. De prognose van de ontwikkeling van het leerlingaantal ziet er als volgt uit:
Ontwikkeling leerlingaantal
| 1-feb-22 | 1-feb-2023 | 1-feb-2024 | 1-feb-2025 | 1-feb-2026 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Aantal leerlingen | 3.328 | 3.410 | 3.388 | 3.384 | 3.410 |
Het blijft de komende jaren een uitdaging voor scholen om het leerlingaantal op hetzelfde niveau te houden. In sommige wijken van de stad is sprake van weinig doorstroming en nieuwbouw, waardoor de toestroom van leerlingen opdroogt. In andere wijken is de hoop nu gevestigd op nieuwe, vervangende huisvesting, welke in de komende jaren zal worden gerealiseerd.
Fte personeelsformatie
In de meerjarenbegroting is de ontwikkeling van de personeelsformatie als volgt:
Fte personeelsinformatie - meerjaren begroting
aantal in fte
| 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Directie | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 |
| Onderwijzend personeel | 205 | 187 | 186 | 184 | 185 |
| Ondersteunend personeel | 43 | 34 | 34 | 34 | 34 |
| 262 | 235 | 234 | 232 | 233 |
Doordat extra formatie, op basis van de NPO-gelden, is in de meerjarenbegroting opgenomen tot en met juli 2023. Vanaf 2024 is de formatie onderwijzend en ondersteunend personeel exclusief NPO-inzet.
3.2 Staat van baten en lasten en balans
Hierna volgt een overzicht van de exploitatie over 2022 en de begroting van de komende jaren.
Staat van baten en lasten
| realisatie | begroting | verschil | begroting | begroting | begroting | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2022 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | ||
| Baten | ||||||
| Rijksbijdrage OCW | 20.904.000 | 18.683.000 | 2.221.000 | 22.086.000 | 22.398.000 | 22.379.000 |
| NPO gelden | 3.394.000 | 2.085.000 | 1.309.000 | 2.606.000 | 1.780.000 | 1.775.000 |
| Overige inkomsten OCW | 1.554.000 | 945.000 | 609.000 | 1.387.000 | 1.342.000 | 1.342.000 |
| Gemeentelijke bijdragen | 1.027.000 | 838.000 | 189.000 | 926.000 | 898.000 | 898.000 |
| Overige inkomsten | 789.000 | 276.000 | 513.000 | 385.000 | 367.000 | 358.000 |
| 27.668.000 | 22.827.000 | 4.841.000 | 27.390.000 | 26.785.000 | 26.752.000 | |
| Lasten | ||||||
| Personeelslasten | 22.785.000 | 19.657.000 | 3.128.000 | 22.764.000 | 21.058.000 | 21.319.000 |
| Afschrijvingen | 651.000 | 637.000 | 14.000 | 714.000 | 764.000 | 639.000 |
| Huisvestingslasten | 2.232.000 | 1.701.000 | 531.000 | 1.752.000 | 1.752.000 | 1.752.000 |
| Overige lasten | 2.396.000 | 1.687.000 | 709.000 | 1.837.000 | 1.837.000 | 1.837.000 |
| 28.064.000 | 23.682.000 | 4.382.000 | 27.067.000 | 25.411.000 | 25.547.000 | |
| Resultaat | -396.000 | -855.000 | 459.000 | 323.000 | 1.374.000 | 1.205.000 |
In 2022 waren de inkomsten en de uitgaven ruim hoger dan begroot. Door diverse loonaanpassingen in het primair onderwijs in 2022 zijn de personeelslasten aanzienlijk gestegen en is de rijksbijdrage geïndexeerd. De bijdrage van NPO-gelden, voor het wegwerken van leerachterstanden en het ontwikkelen van het basisonderwijs, is verlengd tot augustus 2023. Verder is er meer bijzondere bekostiging ontvangen voor onderwijs aan kinderen van vreemdelingen, met name door de toestroom van kinderen uit Oekraïne. In de meerjarenbegroting wordt ervan uitgegaan dat de NPO-gelden zullen worden omgezet in een structurele bekostiging. Ook is er uitgegaan van een stijging van middelen voor passend onderwijs.
Bij de uitgaven is extra inzet van personeel gerealiseerd door de aanwending van aanvullende NPO-gelden. Verder waren de huisvestingslasten hoger dan begroot door een extra dotatie aan de voorziening cyclisch onderhoud, op basis van het actualiseren van de meerjaren onderhoudsplannen. De algemene lasten zijn ook ruime hoger, mede door de aanwending van extra NPO-middelen, anders dan personele inzet. Het betreft hier de inhuur van derden en de aanschaf van bijzondere leermiddelen en licenties. De exploitatie 2022 is geëindigd met een negatief resultaat van -396K.
In de meerjarenbegroting zijn de structureel geworden inkomsten nog niet geheel aangewend. Uit voorzichtigheid is circa de helft van de aangenomen extra inkomsten als personeelslasten begroot. Hierdoor zijn de exploitatieresultaten ruim positief. Wanneer per augustus 2023 geen sprake zal zijn van een structureel vervolg van de NPO-gelden en geen verruiming zal komen van de middelen voor passend onderwijs zal VCOG genoodzaakt worden om te bezuinigen op de personele inzet. Bij de totstandkoming van deze meerjarenbegroting, in het laatste kwartaal van 2022, was een besluit om personeel af te laten vloeien nog niet aan de orde. Om te kunnen anticiperen op een verwachte aanpassing van de rijksbijdrage in 2023, en gezien de krapte op de arbeidsmarkt, is besloten om de personele inzet in 2023 te handhaven.
In de meerjarenraming zijn de rijksbijdrage en de personeelslasten gekoppeld aan de verwachte ontwikkeling van het leerlingaantal. Bij de ontwikkeling van afschrijvingslasten is uitgegaan van het effect van het investeringsprogramma van de scholen. Bij de huisvestingslasten en overige lasten wordt uitgegaan van een normalisering van uitgaven. Ook is de verwachting dat, wanneer vervangende nieuwbouw in gebruik wordt genomen, de omvang van huisvestingslasten zal afnemen. In het vierde kwartaal van het jaar wordt, bij het opstellen van de begroting van een volgend jaar, de meerjarenbegroting opnieuw geactualiseerd.
Met goede mogelijkheden tot sturing en het in control blijven van de organisatie wordt een bestendige exploitatie ontwikkeling voorzien. De komende jaren behoudt het streven naar een sluitende exploitatie prioriteit. Op basis van de verwachte meerjarenbegroting geldt de volgende ontwikkeling van de balanspositie:
Ontwikkeling balans
| 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Activa | |||||
| Vaste activa | |||||
| - materiële vaste activa | 3.017.000 | 2.918.000 | 2.779.000 | 2.726.000 | 2.487.000 |
| Vlottende activa | |||||
| - vorderingen | 484.000 | 300.000 | 300.000 | 300.000 | 300.000 |
| - liquide middelen | 5.720.000 | 4.901.000 | 6.414.000 | 7.672.000 | 9.052.000 |
| 9.221.000 | 8.119.000 | 9.493.000 | 10.698.000 | 11.839.000 | |
| Passiva | |||||
| Eigen vermogen | |||||
| - algemene reserve | 2.770.000 | 3.319.000 | 4.693.000 | 5.898.000 | 7.039.000 |
| - bestemmingsreserves | 226.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Voorzieningen | 2.869.000 | 2.300.000 | 2.300.000 | 2.300.000 | 2.300.000 |
| Kortlopende schulden | 3.356.000 | 2.500.000 | 2.500.000 | 2.500.000 | 2.500.000 |
| 9.221.000 | 8.119.000 | 9.493.000 | 10.698.000 | 11.839.000 | |
Er wordt continu geïnvesteerd in goed ingerichte scholen en voldoende onderwijsmiddelen. Er worden daarbij relatief korte afschrijvingstermijnen gehanteerd, waardoor men liquide middelen reserveert voor komende vervangingsinvesteringen. Met de nieuwe bekostigingsmethodiek vanaf 2023, waarbij de gehele bekostiging op kalenderjaar wordt verstrekt in plaats van schooljaar, is er per eind 2022 geen sprake meer van een vordering op het ministerie van OCW.
In 2022 zijn niet alle NPO-gelden besteed en dit restant is als bestemmingsreserve geparkeerd. Voor de komende jaren is het niveau van het verwachte niveau van voorzieningen en kortlopende scholen conform de meerjarenbegroting. De aanname dat de NPO-gelden worden omgezet in de structurele rijksbijdrage, en het gegeven dat deze extra middelen in de voorliggende meerjarenbegroting slechts voor de helft zijn ingezet met ruime exploitatieresultaten als gevolg, heeft uiteraard een positief effect op de ontwikkeling van de balanssituatie en de hierna gepresenteerde kengetallen.
3.3 Financiële positie
Op basis van de staat van baten en lasten en de balanspositie per einde jaar, geldt voor VCOG het volgende overzicht van kengetallen:
Kengetallen
| 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | signalering | |
|---|---|---|---|---|---|
| inspectie | |||||
| Solvabiliteit | 64% | 69% | 74% | 77% | < 30% |
| eigen vermogen + voorzieningen / balanstotaal | |||||
| Weerstandsvermogen | 11,6% | 12,7% | 18,4% | 23,1% | < 5% |
| eigen vermogen / rijksbijdrage OCW | |||||
| Rentabiliteit | -1,3% | 1,2% | 5,1% | 4,5% | < -10% |
| resultaat / totale baten | |||||
| Liquiditeit | 1,8 | 2,1 | 2,7 | 3,2 | < 0,75 |
| vlottende activa / kortlopende schulden | |||||
| Ratio eigen vermogen | 0,8 | 0,9 | 1,3 | 1,6 | > 1,0 |
| eigen vermogen / genormeerd eigen vermogen |
De ratio’s zijn en blijven op een niveau dat ver is verwijderd van een te verwachten signalering door de inspectie. VCOG wil zich als onderwijsorganisatie en als attractieve werkgever blijven onderscheiden. Daarbij is de verwachting dat de ingezette koers naar IKC-vorming een aantrekkingskracht heeft voor ouders en kinderen.